Op de automatische piloot

funny-car-accident-how-explain

Diegenen die mij kennen, weten dat ik houdt van alles waar benzine in moet. En houd van een pilsje, een glaasje wijn en zeker van een goed glas whisky. Mijn eerste gevoel zou dus positief moeten zijn bij de gedachte aan een auto met een automatische piloot; een zelf rijdende auto. Blauw de kroeg uit rollen, met trillende vingers de startknop indrukken en met een flink stuk in de kraag langs de alcoholcontrole. Hoe fijn is dat?

Nu volg ik toch met enige argusogen de eerste pogingen met een zelfrijdende auto en de publiciteit rondom deze ontwikkeling. Het blijkt een trending topic, want zelfs vanuit de politiek wordt er op ingesprongen. Er wordt zelfs al op de zaken vooruitgelopen en gekwantificeerd hoeveel zelfrijdende auto’s er op welk ogenblik in de tijd zouden moeten rijden. Hier heb ik toch echt geen goed onderbuik gevoel bij, want niet de stand van de politiek, maar van de techniek is hier in mijn opinie doorslaggevend. Dan nog wat anders. Ik rijd auto omdat ik het leuk vind. Anders ging ik wel met het openbaar vervoer. Ikzelf wil namelijk in charge blijven en ‘voelen’ hoe de auto presteert en vooral hoe deze onder welke omstandigheid dan ook ‘reageert’. Dit vertrouw ik geen enkele sensor toe, hoe verfijnd deze ook moge zijn.

Nu heb ik al talloze auto’s gereden met meer of mindere integratie van elektronica en comfort verhogende automaten. Een ding hebben ze allemaal gemeen: deze auto’s kunnen stuk. Je kunt er dus niet blindelings op vertrouwen. Zelfs niet als de auto’s van Duitse makelij zijn en tussen de 80-90 duizend Euro kosten. Mijn ervaring is dat hoe meer elektronica in een auto zit verwerkt, hoe onbetrouwbaarder deze blijkt in het dagelijks gebruik. Het GAAT stuk. Zeker naar mate de leeftijd oploopt. Natuurlijk kun je componenten selecteren op militaire specificaties, maar dat zou een dergelijke auto al helemaal onbetaalbaar maken. Commercieel ook niet aantrekkelijk, dunkt me.

Ik moet er niet aan denken dat ik mijn leven (en dat van mijn gezin) toevertrouw aan een volautomatische bolide van –bijvoorbeeld- Italiaanse makelij. Niet dat ze daar geen goede auto’s kunnen maken, maar het is vaak een inferieur sensortje dat voor een hoop ellende kan zorgen. Ooit wel eens een kapotte ABS sensor gehad bij afremmen op hoge snelheid? Ik wel. In een twee jaar oude Italiaan. En dan gebeuren er rare dingen. Moet je een goed piloot zijn om de boel op de weg te houden. Mijn gelaatskleur was – gelijk aan de lak kleur – licht verschoten blauw. Laat staan een alles regelende computer die een blauw scherm krijgt. Een crashende harddisk, een virus of een DDOS aanval. Ja, ik ben namelijk ook een techneut en hoezeer ik het allemaal ook mogelijk acht, ik voorzie rampscenario’s die zich zullen voltrekken als dergelijke bolides beschikbaar worden voor het grote publiek.

Daarnaast pieker ik me suf over een mogelijk schuldvraag bij een ongeluk. Nu heb ik het niet over blikschade. Tegen die tijd zullen de lakken en materialen zelf herstellend zijn, dus geen claims op verzekeringen. Echter, als er persoonlijk letsel is dan wordt het interessant. Wie is aansprakelijk? De bestuurder (de auto, dus fabrikant), de inzittende, de inzittenden of misschien wel de garage die het laatste onderhoud heeft uitgevoerd. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik zou hier als garagehouder mijn vingers niet aan willen branden. Als fabrikant ook niet overigens. Of als toeleverancier van componenten. Voor je het weet wordt je aansprakelijk gesteld. Dit wordt een knalfeestje voor de advocatuur vermoed ik.

Laat ik het dan ook maar niet hebben over de mogelijke negatieve ontwikkeling van de rijvaardigheid van de bestuurders. Ik vermoed dat het wegennet er niet zo heel veel veiliger op zal worden. Nee, hoezeer het idee van naar de kroeg met de auto me ook bevalt, dit gaat het voor mij niet worden. Ik moedig techneuten wel aan om te blijven door-ontwikkelen. Dit kan de betrouwbaarheid van elektronica en het comfort van de automobiel in het algemeen alleen maar ten goede komen. Wel graag met een ‘uit’ knop. Ik wil namelijk zelf in charge blijven over het voertuig dat ik op mijn naam heb verzekerd en waarvoor ik zelf de verantwoordelijkheid wil dragen als ik een schade rijd.

Dan maar het risico van een alcoholcontrole als ik een borreltje heb gedronken. Of de kosten van een zelfrijdende auto van het type taxi. Minder spannend, maar wellicht toch verstandiger.

Muziek en kleine oortjes

Picture drawn by Cieleke (source: www. sxc.hu)

Ik houd van muziek. Van het maken van muziek en naar het luisteren naar muziek.

Enorm genieten kan ik van een goed gemasterd en opgenomen album. Geen -zogenaamde- remasters. Al jaren investeer ik om de tien jaar in een nieuwe set welke aansluit bij mijn wensen van dat moment. In het high-end segment wel te verstaan. Een dag zonder het luisteren naar muziek kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Het verrijkt mijn leven en geeft me inspiratie. Inspiratie om bijvoorbeeld mijn gitaar te pakken en in de late uurtjes lekker aan de snaren te plukken. Hierop is mijn huis aangepast. Ontdaan van naburige woningen, kon ik jarenlang genieten van muziek zonder dat iemand er echt last van had.

En dan komen er kinderen.

High-end voor- en eindversterkers en elektrisch versterkte gitaren zijn niet compatible met kleine kinderoortjes. Het tot in late uurtjes luisteren van muziek, laat staan van het maken van muziek, was voorbij. Het moest dus allemaal wat minder. Als muziekliefhebber en jonge vader ben je nog wel flexibel. Die roze wolk taste zelfs de stellige mening van deze ‘standvastige man’ aan. De muziek ging een tandje zachter en een laagje stof op de gitaar werd zelfs getolereerd.

Er kwam echter een moment dat zelfs deze man emotioneel werd geknakt. De kinderen werden namelijk groter en werden zich ook gewaar van goede muziek. In theorie klinkt dit goed, maar dat ‘goede muziek’ relatief is en dat de smaak van kind en opvoeder verschilt werd me op ongenuanceerde manier kenbaar gemaakt. Waar ik voorheen mocht luisteren naar rock in harde en minder harde varianten, werd me nu opgedragen om kinderliedjes en Belgische driekoppige vrouwenbandjes af te spelen. En nogmaals. En nogmaals. Tot het vervelendst aan toe. En daar zit je dan. Te snakken naar het geluid van gitaren terwijl een vreselijk gekweel je wordt opgedrongen door je eigen vlees en bloed. En dat over mijn peperdure vintage speakers en hier op afgestemde componenten, mijn heiligdom. Een absolute schande. Wat nu? Dit was toch echt heiligschennis. Dus, einde hobby en mijn met liefde opgebouwde set in de verkoop. Dan maar een surround setje. Zoals de meeste vaders mogen aanschaffen. Geen veelvoud aan kabels en componenten, maar mooi, esthetisch en kindervriendelijk.

Al na een paar dagen kreeg ik een uitstekend bod door een liefhebber aan de andere kant van het land. Na mijn aanbod de set te komen afleveren werd de koop gesloten. Kwam die nare stationwagen toch nog tot zijn recht. Nadat ik de set op de plek van bestemming en met twee man had uitgeladen, bood ik aan om de boel voor hem aan te sluiten. Luisterend naar de eerste koude noten voelde ik toch echt een traan opkomen. Met een brok in mijn keel heb ik afscheid genomen van de beste man en van mijn geliefde set. De set waar ik zo lang aan had gebouwd op zoek naar het perfecte geluid. Het was voorbij bedacht ik me in mijn stationcar. Alles waar ik voor stond begon af te brokkelen.

Mijn melancholische gevoel werd ruw verstoord door een luide piep van de boordcomputer. Mijn verdriet werd verdrukt door de drang van de techneut in me. De auto had liefde nodig en wel nu direct; de olie was op. Bij de dealer en onder het genot van een kopje koffie overdacht ik mijn zondes en besloot ik de regie over mijn leven weer terug te pakken. Ik besloot mijn gevulde portemonnee te legen bij een goed bevoorrade high-end audioboer ‘ongeveer’ op weg terug naar huis (in Nederland is immers alles ongeveer op weg naar huis).

En mijn wil geschiedde. Ik heb weer geïnvesteerd in een prachtige set audiofiele luidsprekers en kon weer op zoek naar het perfecte geluid. Ondertussen is mijn huis weer ingericht als voorheen en mag weer als voorheen luisteren naar muziek in perfecte audiofiele kwaliteit. Naar kinderliedjes en Belgische driekoppige vrouwenbandjes. In surround, dat dan weer wel. Maar ik geniet van elk moment, want ik heb me als echte man niet klein laten krijgen. Ik heb mijn geluidsinstallatie weten te behouden en deze niet opgeofferd voor mijn kinderen. Toch?

De prijs van vooruitgang

vooruitgang

We leven ten tijden van het schrijven van dit stukje in 2013. Analoog is retro. Cool, maar wel een beetje vreemd. Zeker voor de jongere generaties onder ons. “Wat? Heb je een klein beeld camera? Maak je daar pasfoto’s mee? Platenspeler? Vinyl? Ik weet echt niet waar je het over hebt”.

Ja, het valt ook niet mee. Probeer je kind maar eens uit te leggen dat jij op hun leeftijd met een cassetterecorder voor de luidspreker van de radio zat om je favoriete liedje op te nemen. Nu maar hopen dat de deejay niet weer de intro volpraat. Je kinderen zullen twijfelen aan je verstandelijke capaciteiten. Pa, je had toch ook Piratebay? De tijd gaat snel en de technologische ontwikkelingen gaan nog sneller. Had jij durven dromen dat je met een telefoon op zak loopt die krachtiger was dan je eerste Commodore 64? Het is haast niet meer bij te houden. Zelfs niet voor mij als early adopter.

Dus, alle analoge spullen moesten al lang geleden weg. Weg met de langspeelplaten. Weg met de compact-cassettes. Op naar de cd speler. Oh ja, die fotoalbums kunnen ook wel weg. We scannen alle negatieven en branden die ook op een cd’tje. En weer weg met de cd’s, want we hebben nu een iPod en harddisk. En een hele grote collectie met muziekbestanden in iTunes. Ja, dat scheelt ruimte. 5000 albums. 320kbps. Op mijn harddisk. Het einde. Ook voor vrouwlief. Alles had ik gedigitaliseerd. Backup op cd, later op dvd. En op de externe harddisk. 30MB werd 100 en 100 werd 1TB.

Alles streamen. Wel audiofiel. Het moet namelijk analoog klinken. Net als vroeger. Dat betekent goed bronmateriaal. 24bits bestanden niet gecomprimeerd en dat kan niet via iTunes. Dat betekent investeren in high-end componenten. Duur, maar een man is een man en hij heeft zo zijn hobby’s. Het leven was toch zo mooi. Alles digitaal op afroep beschikbaar. Met backups. Wat kon er misgaan?

Nou veel dus.

Nu ben ik wijzer. Ik heb de prijs van vooruitgang inmiddels betaald. Meerdere malen. Ondertussen is mijn harddisk in mijn Mac al eens gecrashed. Dienden enkele externe dode harddisks al als nutteloze kastvulling. En alles net voor het moment dat ik investeerde in een NAS. Dus datarecovery. Duur, maar mijn foto’s kreeg ik er weer mee terug. Rest kan ik wel weer downloaden. Toen alles op de NAS. Twee dikke schijven van een betrouwbaar merk en gaan maar weer.

Of niet? Tja, een controller van een NAS kan ook defect. En dit is zeer effectief. Ben je alles gegarandeerd kwijt. Ook dat heb ik mogen ervaren. Ondertussen is mijn foto en muziek collectie uitgedund. Ik heb er ook geen zin meer in. 5000 albums kan ik toch niet luisteren. En er zijn maar 300 goed. Die had ik al op cd. Dus, cd’s weer onder protest van vrouwlief van zolder.

Nu verlang ik terug naar de tijd van de kleinbeeldcamera. Die foto’s vallen niet zomaar uit een fotoalbum. En de langspeelplaat. Met zijn heerlijk warme analoge geluid. Is nu weer helemaal hot.

Spijt heb ik. Als haren op mijn hoofd. Dat ik alles destijds gedachteloos in de kliko heb gegooid.

Een klein prikje. Je voelt niets…

needles

Ik ben iemand die met zijn voeten op aarde probeert te blijven. Al dat bovennatuurlijke, al dat geklets. Nee, roze magische pillen van 400mg een heel straatje tegelijk. En injecties. Dat werkt. Bij mij althans.

Toch zijn er momenten dat ik twijfel aan onze kennis en kunde. Kunnen de doktoren wel wat we denken dat ze kunnen? Of erger, kunnen doctoren wel wat ze zelf pretenderen te kunnen? Hier wordt het griezelig. Te vaak blijkt het dat er weer een arts uit zijn ambt wordt gezet en zonder blikken of blozen in het buitenland zijn (of haar) malafide praktijken voortzet. Wat als dit ook omgekeerd het geval is? Brrr. Niet aan denken.

Jaren heb ik gelopen met klachten. Rugklachten. Pijn in mijn voeten. Pijn in mijn heupen, pijn in mijn schouders en armen. Tientallen artsen hebben zich gebogen over mijn lijf. Hebben er van alles aan voorwerpen in gestopt. En op plaatsen waar echt helemaal niets ingestopt behoort te worden. Einde van het liedje: “Meneer, u bent zo gezond als een vis”. Maar dokter, ik heb echt pijn. 24 uur per dag, 7 dagen in de week, 365 dagen per jaar. “Mijnheer, de pijn zit tussen uw oren”.

Je gaat twijfelen, zeg maar.

Op een goede dag sprak ik een bekende. Ik gaf aan dat ik dan wel kerngezond was, maar toch wel begon te voelen dat ik ouder werd. Pijntje hier, pijntje daar. Boven de 30 een pijntje per jaar erbij. Boven de 40: 2 pijntjes per jaar. Haha. Leuk? Nee. Ik werd er simpel van. “Weet je…” begint hij “… je zou eens naar Evi moeten gaan”. Evi, Evi? Wie is Evi? “Harro, heb je wel eens van acupunctuur gehoord?”. Ik lachen. Acupunctuur. Wat zullen we nu krijgen? De artsen, die er notabene jaren voor hebben gestudeerd, konden al niets vinden en nu mijn zuur verdiende geld ook nog uitgeven aan een speldenprikker? Nee. Dat ging hem niet worden.

Nu ben ik inmiddels wijzer. We geven nogal eens af op inferieure kwaliteit uit het onbetrouwbare China, maar de Chinese wetenschap, zeker medisch gezien, ligt mijlen voor op de westerse geneeskunst. Echt waar. Waar onze doctoren een pilletje voorschrijven om het symptoom te bestrijden, en nog een pilletje voor de bijwerkingen van het eerste pilletje, zoeken de oosterse medicijnmannen (en –vrouwen) naar de oorzaak van het probleem. Ik zeg niet dat alles is op te lossen met een naald, maar het kan in het ergste geval wel een groot deel van het ongemak wegnemen. Zonder pilletje. Magie? Placebo-effect? Vind ervan wat je wilt.

Ik dus naar Evi. Ze heeft goed naar me geluisterd en ook mijn lijdensweg mogen aanhoren. Ze moest er om grinniken. Bij elke klant blijkt ze eenzelfde verhaal te horen. “Het zit tussen de oren mijnheer”. Ze vraagt me te gaan liggen. Ze pakt een ontsmettend watje en een flinterdun steriel naaldje. “Ik geef je een klein prikje. Dan is de pijn morgen weg.” En voor dat ik er erg in had zat er een wiebelende naald in mijn arm. En nog een in mijn teen. Die laatste deed pijn. Eventjes, want voordat ik er erg in had voelde ik er niets meer van. Ook niet van mijn klachten. Magie? O ja. Voor mij wel. Ik aanbid Evi. Ze is mijn heldin. Na jaren pijn was ik er in een paar minuten van verlost. Hier is geen woord aan gelogen.

Dus, ga ik nog naar de huisarts bij een pijntje? En daarna eindeloos door naar het ziekenhuis, maandenlang pillen slikken en me lek laten prikken voor bloedonderzoek? Nee. Ik ben immers kerngezond. Ik ga bij het eerste pijntje snel weer naar Evi. En om de kosten hoef ik het niet te laten. Onthoud: de Chinees is relatief goedkoop. Aan parkeergeld bij het ziekenhuis heb ik al meer uitgegeven dan aan een paar behandelingen Chinese technologie. Niks mis mee, met die Chinezen.

Paul kan niks wegdoen

WW Paul

Paul kan niks wegdoen.

Hij heeft bijna alle zeven of acht auto’s nog die hij ooit heeft gekocht.
Laatst toch de Nissan Patrol weggedaan, geruild tegen een stapel hout voor de open haard.
Eeuwig zonde, want de Nissan is weg maar het hout moet nog komen.

Eentje zal hij in elk geval nooit weg doen. Ooit heeft hij deze laten restaureren, maar de wagen staat al weer naast zijn huis weg te kwijnen. Dat proces duurt lang, want het is een Volvo.

Een Amazone 123 GT, een bijzondere dus. Menig Amazon liefhebber likt er zijn vingers bij af, of wordt boos en hebberig om hetgeen iemand zo’n karretje aandoet.

De auto staat naast het zwembad en een logee heeft ooit een chloorwaterige afdekzeil van het zwembad op de Amazon gelegd. Sinds die logeer- en zwempartij heeft de auto een patina van bleke noppenvlekken waar het opgevouwen zeil heeft gelegen.

De voorspatborden zullen nooit roesten want die zijn van kunststof. Ook daarom is ‘ie zo bijzonder.
Want plastic weegt minder dan blik, dus kan ‘ie harder. En auto’s die harder gaan dan de rest zijn zeer geliefd. Er zijn er minder van, ook een voordeel.
Er hoeft niet eens veel aan te gebeuren en Paul kan er weer mee gaan rijden.
Er mankeert weinig aan. Zou zomaar kunnen, over een paar jaar.

(Fotografie: Hans Franz, tekst: Frans Goddijn)